Paragraaf 1 Affiche

Omschrijving: een biljet met een bepaalde boodschap. Een affiche wordt ergens opgehangen zodat het door de doelgroep gelezen en gezien kan worden. Men kan een onderverdeling maken in affiches met letters en beelden of combinaties daarvan.

Een affiche wordt ook wel poster genoemd.

Doel: het beïnvloeden van de houding, de mening en het gedrag van een bepaalde doelgroep met betrekking tot een bepaald onderwerp; het ontwikkelen van creatieve vermogens; het activeren van deelnemers.

Werkwijze:

1. De leraar vertelt over aard en doel van deze werkvorm.
2. Er dient een onderwerp gekozen te worden voor het affiche. Het kan ook zijn dat het onderwerp al is vastgesteld.
3. Er wordt nagedacht en gesproken over de boodschap op het affiche en over de vorm daarvan: de vlakverdeling, de kleuren, etc.
4. Er wordt eerst een schets op klein formaat gemaakt.
5. Vervolgens wordt het affiche ‘in het echt‘ gemaakt.
6. Eventueel vindt vermenigvuldiging van het affiche plaats en wordt het affiche verspreid opgehangen.
7. Tot slot kan deze werkvorm (het leerdoel, de voorbereiding, de uitvoering) geëvalueerd worden.

Bron: Het didactisch werkvormenboek, Hoogeveen, P. en Winkels, J., uitg. Van Gorcum Assen, ISBN 9789023240679.

Zie ook: Het groot werkvormenboek, Dirkse, S., Dirkse-Hulscher, S. &   Talen, uitg. SDU Uitgevers, ISBN 9789052616131.